Anna, Tuin 5

Van mijn opa's had ik veel kunnen leren.

Thuis heb ik een fijne stadstuin. Niet al te groot, maar wel heerlijk beschut en uitkijkend op een oude kastanjeboom waarin zo nu en dan een bonte specht huist. Op het idee van een volkstuin was ik waarschijnlijk nooit gekomen zonder de vriendin die me in 2016 vroeg of ik een tuin met haar wilde delen. Toen zij in 2018 plots naar elders ging verhuizen, moest ik kiezen: doorverkopen of overnemen.

Zelf was ik toen nog amper met tuinieren begonnen, maar wel al enthousiast geraakt, en dus besloot ik om in mijn eentje door te gaan. Sindsdien is er veel gebeurd en inmiddels is de tuin me goud waard. Het is een heerlijke plek, zowel om in de aarde te wroeten, als om te luieren of in de verte te turen. Het gevoel van ruimte en buiten-zijn dat ik in mijn stedelijke woonomgeving mis, vind ik hier in overvloed. 

Sinds de lock-down deel ik de tuin met mijn Zwitserse huisgenote Layla, die zich vooral met de moestuin bezig houdt. Ook voor haar is de tuin een expiriment op onbekende grond, maar wat een aanwinst blijkt het te zijn: dieprode zoete tomaatjes uit eigen kas, prachtige sla waarvan je zeker weet dat ie onbespoten is, en mooie, nootachtige knolselderijen die ik wekenlang ongeduldig de grond heb uitgekeken: Héérlijk, en voor herhaling vatbaar, dus het zaaien is al begonnen.

Als tuinder moet ik nog veel leren, al kom ik uit een familie waarin flink getuinierd werd. Mijn éne opa had een keurige moestuin en een "strak geschoren" siertuin (niet op het gazon!), en mijn andere opa had een groot gazon met fruitbomen en een moestuin met kweekkas (pas op: glas!). Zelf houd ik vooral van springerige kruiden en bloemen, in alle soorten, maten en kleuren, en van salvia's in het bijzonder. 

Had ik als kind geweten dat ik ooit een volkstuin zou hebben, dan had ik mijn opa's waarschijnlijk de oren van de kop gezeurd. Met vragen over zaaien en stekken, over inheems of uitheems of over combinatieteelt. Van mijn opa's had ik heel veel kunnen leren, maar helaas, ik kan ze niets meer vragen. In plaats daarvan zal mijn kennis zich proefondervindelijk en met hulp van m'n tuinburen moeten ontwikkelen, en in de tussentijd "rotzooi ik maar wat aan" als was ik Karel Appel. 

Ik vind het een mooie gedachte dat er door veel mensen van deze tuin genoten werd en wordt.